De Oorspronkelijke Burchtkerk
š§ Beluister dit verhaal
Beluister de geschiedenis van de Burchtkerk:
Het Onherbergzame Begin
Waar thans de stad Antwerpen ligt, kronkelde in lang vervlogen tijden de Schelde in luie bochten langs moerassig houtland en heide. Dijken bestonden nog niet en bij vloed stroomde het water langs vele geulen en beken landinwaarts. Voor bewoning was de buurt dus ongeschikt. Zelfs de Romeinen, van wie wij wel sporen vinden in het hoger gelegen Burcht aan de Linkeroever, zijn er niet geraakt.
Halfweg de Hollebeek en de Schijnmonding liep een hogere landrug de Schelde in, ja zette er zelfs zijn voet in vooruit. De eerste kolonisatoren waren Friezen en Salische Franken (Saliƫrs).
Reeds vanaf het begin van de IVe eeuw drongen zij het Scheldegebied binnen en rond de Werf zal een eerste versterkte woonwijk ontstaan: De Burcht.
De Eerste Kerstening
In het midden van de 7e eeuw kwam de H. Eligius in Burcht (L.O.) en Zwijndrecht het geloof prediken. Hij vroeg terloops wat voor volk er aan de overkant van het water woonde. āAllemaal heidenenā was het antwoord. Prompt liet hij zich overzetten en predikte drie dagen lang in de Burcht op de rechteroever. Tussen de jaren 650 en 660 nam de H. Amandus het bekeringswerk weer op.
Nu was bekeren in die tijd wel wat anders dan vandaag. Het betekende in de eerste plaats het christendom te doen aanvaarden als officiƫle godsdienst, daarnaast een kerk te doen bouwen en er de uitoefening van de eredienst te verzekeren, d.w.z. doopsel, huwelijk, zondagsmis, relikwieƫnverering en tenslotte een taaie strijd te leveren tegen het alomheersende bijgeloof. Op een deugdzaam leven werd nog niet zozeer de nadruk gelegd.
De H. Amandus volgde dit schema en deed een kerk bouwen in het centrum van de Burcht, waar toen al een vrij grote bewoningsconcentratie was. Hij wijdde ze toe aan de H. Petrus en Paulus: de Burchtkerk. Wanneer hij vertrok, liet hij enkele monniken-kerkbedienaars achter, die hij herbergde in de abdij met de sonore naam Quortolodora, op de hogere gronden te Deurne gelegen.
Van Brand tot Patroonheilige
Rohingus, Heer van Antwerpen kon, in ruil voor een andere kapel, de Burchtkerk verwerven en droeg ze op aan de H. Willibrordus (726), die het beheer ervan nog hetzelfde jaar doorgaf aan de door hen gestichte abdij te Echternach.
Bij de door de Noormannen gestichte brand in 835 ging de kerk voor een groot deel in de vlammen op, maar door vrome en vlijtige monniken werd ze vrij vlug heropgebouwd. In 838 werd de kerk onder de bescherming gesteld van de H. Walburgis, patrones van het land. De kerk had zoān dikke muren dat zij eerder een burcht leek, waar de omwonenden in tijd van nood bescherming konden vinden.
Onder de kerk bevond zich een crypte, waar de relikwieƫn werden bewaard en waar de stenen tomben van de burchtheren wurden opgericht. De legende wil dat de H. Walburgis tijdens haar reis van Engeland naar Duitsland er een tijd zou verbleven hebben. In het begin van de 12e eeuw was de Burchtkerk een kapel zonder parochierechten.
Groeiende Devotie & Wonderen
Het is niet bekend wanneer zij onder het beheer kwam van het O.L. Vrouwkapittel, maar het was alleszins vóór 1217. Al was er toen voor heel Antwerpen maar één rechthebbend parochiepriester, toch kreeg St.-Walburgis een kapelaan, inzonderheid voor de prediking. Nadien kwamen er nog twee bij en van dan af houdt men er een koorofficie.
Het begin van de 13e eeuw werd in heel Europa gekenmerkt door een toenemende devotie voor Onze Lieve Vrouw, allereerst omdat zij de ziel tot de zaligheid kon helpen, maar ook omdat zij de mens kon bijstaan in alle nood. In de St.-Walburgiskerk werd er alle dagen te harer ere een Missa de Beata opgedragen. Weldra kreeg zij talrijke andere Uit-de-Nood-Helpers aan haar zijde, die door middel van relikwieƫn werden vereerd.
In de Burchtkerk werd uiteraard vooral de relikwie van de H. Walburgis vereerd, een kaaksbeen in een zilveren schrijn. Jaren later vereerde men er ook een kristallen flesje met een spierwit vocht in, zogenaamd olie uit de beenderen van de heilige. Vooral blinden, kreupelen en doven hadden er baat bij.
Instorting, Drama en Gotische Pracht
Rond het midden van de eeuw (1248) dreigde de reeds 4 eeuwen oude kerk in te storten, maar weer werd zij door vrome mannen heropgebouwd, in Romaanse stijl, nu met een middenschip en zonder zijbeuken. Zij stood voortaan onder de bescherming van de H. Walburgis en de H. Catharina.
Bij het begin van de 14e eeuw was het een zeer druk bezochte kerk, waar naast de relikwieƫn van St. Walburgis en de H. Catharina ook die van de H. Antonius en de H. Eligius werden vereerd. Zij werd toen de St.-Woutborgenkercke genoemd. De kerk had een eigen koor, een Kerkfabriek, een Tafel van de H. Geest en werd gul met legaten en erfenissen bedacht.
In 1387 vond er een drama plaats. Ene Jan Bode werd in de kerk zelf vermoord, die daardoor ontwijd was. Pas een jaar later werd ze opnieuw ingezegend.
Het is 1482. Alweer verwoest een brand de kerk. Nu werd zij vervangen door een grotere en mooiere kerk in Gotische stijl met als grondplan een Latijns kruis en met twee zijbeuken en zijkapellen. Maar zij had nog steeds geen doopvont. Alleen de Onze-Lieve-Vrouwekerk had dat. Wel had zij twee plebanen en vier kapelanen. De H. Geesttafel bleef in voege en zij herbergde nu ook twee gilden.
In de eerste helft van de 15e eeuw werd de eerbiedwaardige St.-Walburgiskerk nog steeds druk bezocht door zeelieden en overzeese handelaars. Daardoor kwamen er veel giften toe, die toelieten de kerk aanhoudend te verbouwen en te verfraaien.
Een laatste grote restauratie vond plaats van 1499 tot 1505. Naast de vijf kapelanieƫn, die er reeds bestonden, valt er nog een merkwaardige kapelanie te vermelden die per testament werd gesticht door de Duitse koopman Vosjager om zeker te zijn dat er elke morgen een mis zou opgedragen worden voor de leden van het Ambacht der scheepslieden, die hem zoveel diensten hadden bewezen. Weduwe en zoon regelden daarbij dat er telkens 18 maal met de grote klok moest geluid worden. Zij zorgden ook voor de ornamenten, brood en wijn.
In 1602 telde de St.-Walburgakerk al 14 kapelanieƫn en een wekelijkse last van 40 missen. Zij had een eigen processie, niet van St. Walburgis, maar van de tweede patroon, St. Elooi en wel op St.-Jansdag, 24 juni.
Maar de Kerkfabriek heeft de goederen niet altijd even goed beheerd en om de schulden te kunnen delgen zag de kerk zich verplicht eigendommen te verkopen. Zo werd de crypte een zeer gewenste doorgang in het centrum van deze drukke buurt met haar talrijke pakhuizen en nijver handelsverkeer.
De Beeldenstorm & Geloofsstrijd
In 1566 werd de kerk door beeldenstormers geschonden en kwam op 22 augustus in handen van de calvinisten terecht. Op bevel van Oranje verlieten zij evenwel het gebouw en op 8 september werd de roomse eredienst hersteld.
De heropbouw werd voortgezet en in 1574 wijdde bisschop Sonnius het nieuwe hoogkoor en altaar in. In 1579 moest de plebaan Gregorius Robijns de processie aankondigen van Hemelvaartsdag. Hij kon niet nalaten er enkele hatelijkheden ten overstaan van het gezag tussen te voegen. Hij werd gevangengenomen en uit de stad verbannen. De kerk werd gesloten.
Na de godsvrede van 1579 ging zij voor korte tijd weer open en tot in 1581 hadden er roomse erediensten plaats. Maar op 1 juli 1581 werd de schorsing van de katholieke eredienst uitgeroepen. De lutheranen bezetten de kerk, nadat de katholieken er zoveel mogelijk meubilair hadden uit weggesleept. Tot 1585 (val van Antwerpen) bleef het een lutherse tempel. Na de val van Antwerpen herwijdde de aartsbisschop van Mechelen kerk, kerkhof en hoogaltaar.
Het Kunstheiligdom van Rubens
De eerstvolgende jaren in deze tijd van Contrareformatie, bloeit de kerk op met nieuwe altaren en schilderijen. (M. De Vos: Laatste Avondmaal, Rubens: Kruisoprichting en Kruisafneming e.a.). Op het middenluik was God de Vader met twee engelen voorgesteld door P.P. Rubens en op de zijluiken schilderde hij de patroonheiligen van de kerk (St. Eligius, St. Walburgis, St. Catharina, St. Amandus.) Op de predellaās aan weerszijden van de Kruisdood twee taferelen uit de legende van St. Walburgis.
Door toedoen van de kapelmeester, Cornelis van der Geest, werd St.-Walburgis een echt kunstheiligdom. Hij herstelde op eigen kosten de crypte die een doorgang geworden was. Zijn portret (door Rubens?) hing na zijn dood in het koor. Er kwam een nieuwe klok, een nieuw doksaal, een nieuw gestoelte en een nieuw orgel met beeldhouwwerk van J.P. van Baurscheidt.
In het laatste kwart van de 17e eeuw kreeg het oude hoofdaltaar een marmeren Corintisch portiek van Willem Kerrickx, waardoor de zijluiken van de triptiek met de Kruisoprichting door Rubens moesten wijken. Die werden links en rechts van het altaar gehangen. Al het andere werk van Rubens, de Kruisdood, het Mirakel van St. Walburgis, de Wegvoering van het lijk van St. Walburgis door de engelen, God de Vader, twee zijluiken met engelen, werden van de hand gedaan. Pas was al dit werk voltooid of men stelde vast dat schip en toren bouwvallig werden. Dank zij leningen, giften en collectes kon men herbouwen.
Het Franse Bewind & De Sluiting
Bij de tweede inval van de Fransen had de kerk, om aan haar verplichtingen tegenover de bezetter te kunnen voldoen, alle kerkjuwelen moeten inleveren. De pastoor, Petrus Paulus Buys, werd uit zijn huis gejaagd en overleed nog datzelfde jaar van verdriet, 64 jaar oud. Hij zou geen opvolger meer hebben.
Om de kerk van de Predikheren te kunnen redden, schreven drie parochianen van St. Walburgis aan de municipaliteit dat de Kerk van Walburgis te klein was voor de eredienst. Daarop besloot de municipaliteit dat de gelovigen de Predikherenkerk (St. Paulus) konden kopen en St. Walburgis werd gesloten. De parochianen probeerden zoveel mogelijk kerkgoederen te redden, de rest werd openbaar verkocht. De kerk zelf werd verder gebruikt als een opslagplaats voor de marine.
In 1803 besloot de municipaliteit de Predikherenkerk (St. Paulus) definitief als parochiekerk te aanvaarden ter vervanging van St. Walburgis. Wat er aan waardevolle stukken nog overbleef, werd tussen verschillende kerken verdeeld. In 1816 werd met de afbraak van de kerk begonnen na de toelating daartoe van Willem I.
⢠Floris Prims. De Geschiedenis van Antwerpen. Standaard Boekhandel 1927 e.v. (IV, boekdeel 8, VI, boekdeel 15, VII, boekdeel 18, VIII, boekdeel 21, IX, boekdeel 25)
⢠L. Schoonbaert. De Sint-Walburgiskerk te Antwerpen.
⢠Lāantique Sanctuaire de Sainte Walburge, La MĆ©tropole, 27 juli en begin augustus 1900.
⢠Het Handelsblad (12-11-55 en 28-10-55) & Gazet van Antwerpen (29-10-55).